Wat Johannes zag, toen Jezus zich aan hem liet zien...
Ik was op het eiland Patmos vanwege de boodschap van God
en het getuigenis van Jezus. Op de dag van de Heer kwam de Geest over mij.
Ik hoorde achter me een luide stem, als een bazuin:
'Schrijf wat je ziet in een boek en stuur het naar de zeven gemeenten,
naar Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea.'
Ik draaide me om, om te zien wie tegen me sprak.
En toen ik me omdraaide, zag ik zeven gouden kandelaars
en temidden van de kandelaars iemand die de gestalte had van een mens.
Hij had een gewaad aan dat tot op zijn voeten hing en om zijn borst
droeg hij een gouden band. Zijn hoofdhaar was wit als wol, blank als sneeuw,
zijn ogen vlamden als vuur, zijn voeten gloeiden als brons in een smeltoven
en zijn stem klonk als een machtige waterval.
In zijn rechterhand hield hij zeven sterren;
een scherp tweesnijdend zwaard kwam uit zijn mond
en zijn gezicht straalde als de middagzon.
Zijn hoofdhaar was wit als wol,
blank als sneeuw,
zijn ogen vlamden als vuur
Toen ik hem zag, viel ik als dood aan zijn voeten.
Maar hij legde zijn rechterhand op mij en zei:
'Wees niet bang! Ik ben, de eerste en de laatste.
Ik ben de levende! Ik was dood, maar nu leef ik voor altijd, voor eeuwig.
Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.
Schrijf op wat je gezien hebt, wat er nu is en wat er nog komen gaat. '
Openbaring, het eerste hoofdstuk
TERUG | HOME | CONTACT