
Nu weet men
onnoemlijk veel
meer dan in de
tijd van Darwin. |
Wat zegt de wetenschap?

Veel mensen leven met het idee
dat de wetenschap unaniem achter
de evolutietheorie staat. Wel, bereid je voor
op een schok: niets is minder waar!
Toen Darwin zijn evolutietheorie introduceerde
wist men onnoemlijk veel minder over de natuur dan nu.
Men wist bijvoorbeeld niets over genetica.
Nu staat men veel en veel verder. Het gevolg is
dat steeds meer wetenschappers tot de ontdekking
komen dat de theorie van Darwin niets meer
blijkt te zijn dan een onbewezen en onmogelijke hypothese.
Ze komt steeds minder overeen met de feiten
die men blijft ontdekken in de natuur.
Hieronder lees je enkele uitspraken van bekende
natuurwetenschappers, over evolutie. Ik nodig je uit
ze met een normale blik te lezen, zonder op voorhand
afwijzend te zijn.
Deze citaten zijn authentiek en betrouwbaar.
Het is geen onzin van fanatici, maar nuchtere uitspraken
van bekende experts in de natuurwetenschap,
die heel goed weten wat ze zeggen.

Evolutionisme is een sprookje voor volwassenen.
Deze theorie heeft niets geholpen bij de voortgang
van de wetenschap. Ze is nutteloos.
Prof. Louis Bounoure (was president van de Vereniging
oor Biologie te Straatsburg, directeur van het
Straatsburg Zoölogisch Museum, en onderzoeksdirecteur
aan het Franse Nationale Centrum geciteerd in
'The Advocate', donderdag 8 maart 1984, p. 17.

Wetenschappers die overal leren dat evolutie
een feit is, zijn grote oplichters, en het verhaal
dat ze vertellen is misschien het grootste
bedrog ooit. Bij het uitleggen van evolutie
hebben we geen enkel benul van de feiten.
Dr. T. N. Tahmisian (Commissie voor Atoomenergie, USA),
20 augustus 1959, geciteerd door N. J. Mitchell,
‘Evolution and the Emperor's clothes’,
Roydon Publications, UK, 1983, titelpagina.

Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat
de evolutietheorie, en vooral de mate waarin ze
wordt toegepast, één van de grote grappen
zal zijn in de geschiedenisboeken van de toekomst.
Het nageslacht zal verwonderd zijn dat zo’n
kwetsbare en dubieuze hypothese
aanvaard kon worden op zo’n ongelooflijk
lichtgelovige wijze.
Malcolm Muggeridge (wereldberoemd journalist en filosoof),
Pascal Lectures, Universiteit van Waterloo, Ontario, Canada.

Vraag is: kun je me één iets vertellen
over evolutie, iets wat wáár is?
Om het even wat?
Ik probeerde deze vraag op de geologische staf
van het Veldmuseum van Natuurgeschiedkunde
en het enige antwoord dat ik kreeg was stilte.
Ik probeerde het op de leden van
het Evolutionair Morfologisch Seminarie
in de Universiteit van Chicago, en al wat ik
daar kreeg was een lange stilte,
tot een persoon eindelijk zei:
Ik weet één ding - het hoort niet onderwezen
te worden op de middelbare scholen.
Dr. Colin Patterson (hoofdpaleontoloog, Brits Museum
voor Natuurgeschiedkunde te Londen), thematoespraak
in het Amerikaans Museum voor Natuurgeschiedkunde,
New York City, 5 november 1981.

Veronderstellen dat het oog met al zijn
weergaloze vernuftigheden om de scherpstelling
aan te passen over verschillende afstanden,
om verschillende hoeveelheden licht toe te laten
en om vorm- en kleurstoringen te corrigeren,
gevormd kan zijn door natuurlijke selectie,
lijkt, ik geef het toe, absurd in de hoogste graad.
Charles Darwin in ‘THE ORIGIN OF SPECIES’,
J. M. Dent & Sons Ltd., 1971, p. 167.

Ondertussen blijft het onderwezen publiek
geloven dat Darwin al de relevante antwoorden
bezorgd heeft door de magische formule
van mutaties en natuurlijke selectie - zonder zich
bewust te zijn van het feit dat willekeurige
mutaties irrelevant bleken te zijn
en natuurlijke selectie een tautologie.
Arthur Koestler (wereldberoemd schrijver, criticus
en journalist), in ‘Janus: a summing up’,
Random House, New York, 1978, pp. 184-185.

Mutaties zijn ‘toevalsveranderingen’ in de genen
en kunnen daardoor niet anders dan leiden
tot verlies van informatie. Er is geen enkele
positieve mutatie bekend, en de meeste mutaties
zijn duidelijk een vermindering van kwaliteit.
Dr. David Rosevear Creation Science Movement,
‘Creation Science’, New Wine Press, Chichester,
UK, 1991, p. 28.

Zoals het er volgens onze huidige informatie
voor staat, blijft het ‘gat’ onoverbrugd
en is de beste plaats om de evolutie
van de gewervelden te beginnen, in onze fantasie.
Homer W. Smith ‘From fish to philosopher’,
Little, Brown and Co., Boston, 1953, p. 26.

In recente jaren hebben verschillende auteurs
populaire boeken geschreven over
de oorsprong van de mens, die meer
gebaseerd waren op fantasie en subjectiviteit,
dan op feiten en objectviteit.
Dr. Robert Martin (Senior Research Fellow,
Zoological Society of London), ‘Man is not an onion’,
New Scientist, 4 augustus 1977, pp. 283 en 285.
|